voetbal en kinderen
Volg de voetbalromans van Henk Doppenberg op facebook   Home    Getrouwd met voetbal   In de Wissel    Volg Henk Doppenberg op Linkedin

Stoppen met sponsoring.

Als de bel gaat en Jan naar de deur loopt, schrikt hij behoorlijk. Hij ziet namelijk Wim Jorritsma, de voorzitter van de plaatselijke voetbalclub Concordia, staan. Jan weet meteen waar de man voor komt. Het sponsorcontract loopt binnenkort af en de vereniging wil dat natuurlijk graag verlengen. De man wilde op het voetbalveld al een paar keer een afspraak maken, maar dat heeft Jan steeds voor zich uit weten te schuiven. Het gaat namelijk heel slecht met de zaak, waardoor de sponsoring eigenlijk niet meer haalbaar is. Jan begrijpt, dat ze bij de vereniging nu wel een keer willen weten waar ze aan toe zijn en dat de voorzitter daarom maar uit zichzelf is gekomen.

Even denkt hij om maar te zeggen dat hij geen tijd heeft, maar hij beseft dat hij toch een keer door de zure appel heen moet. Als rasechte clubman, vindt hij het namelijk heel erg moeilijk om te stoppen als sponsor. Natuurlijk moet hij aan zijn zaak en zijn gezin denken, maar bij de club zijn ze net zo goed bezig. Afgelopen seizoen is de A-selectie al zodanig versterkt dat ze nu bovenaan staan en men wil nog verder omhoog. Wanneer hij stopt met sponsoren, zullen de plannen echter zeer waarschijnlijk in de ijskast belanden en dat zal voor velen een teleurstelling zijn.

Tijd om na te denken is er echter niet meer, want Jan opent de deur.
'Hoi Wim. Wat kan ik voor je doen?'
'Dag Jan. Kan ik je even over een eventueel nieuw sponsorcontract spreken? Je weet dat het oude binnenkort afloopt en we willen graag weten of we de komende drie jaar weer op je steun mogen rekenen.'
'Natuurlijk kunnen we het daar over hebben. Laten we maar naar mijn kantoor gaan. Daar is koffie en kunnen we in ieder geval even rustig praten.'
Terwijl ze door de gang lopen, denkt Jan koortsachtig na. Wat moet hij doen? Het liefste zou hij willen blijven sponsoren, maar hij kan zijn bedrijf daar niet voor op het spel zetten.

Als echter bekend wordt dat hij stopt als sponsor, zal iedereen erover praten dat het slecht gaat met zijn zaak. Dat is vervelend, maar hij ziet gewoon geen andere mogelijkheid. Hij kan momenteel amper zijn rekeningen betalen en zijn eigen salaris laat hij al maanden in de zaak zitten.
De eerste drie jaar vijftienduizend euro minder aan kosten voor sponsoring, is daarom meer dan welkom. Die negatieve publiciteit neemt hij daarom maar op de koop toe.

Inmiddels zijn de mannen bij het kantoor aangekomen.
'Ga zitten Wim. Wil je koffie?'
'Ja, graag.'
Als ze tegenover elkaar zitten, brengt Jan het gesprek meteen op de voetbalclub. Zo kan hij tenminste meteen de voorzitter over zijn besluit vertellen en is hij daar vast van af.
'Ik zal meteen maar met de deur in huis vallen Wim. Het gaat de laatste tijd ronduit slecht met de zaak en daardoor zit sponsoring er dus niet meer in.'

Na deze woorden blijft het even stil. De voorzitter had er vast op gerekend, dat het contract zonder problemen verlengd zou worden en weet even niets te zeggen. Hij herstelt zich echter al weer snel.
'Dat is jammer Jan. We hadden er in de begroting voor volgend jaar al wel rekening mee gehouden dat je het contract verlengen zou. Je bedrijf gaat echter voor. Daar moet je immers van eten.'
'Er zal toch wel een ander bedrijf zijn om het stokje over te nemen?'
'Dat kan best eens een probleem worden Jan. Het gaat op veel meer plekken erg slecht.
Plus dat we het spelersbudget voor de A-selectie, met in ieder geval dertig procent willen verhogen. We willen naar de Topklasse en dat kost veel geld. De technische commissie is al met vier spelers van Wilhelmina in gesprek. Zij willen wel komen, maar vragen ongekend hoge vergoedingen. Zeker voor onze begrippen. Eigenlijk zouden we er niet op in moeten gaan, maar met die jongens erbij worden we aankomend seizoen zeker kampioen.
We rekenen er zelfs op, dat we met deze nieuwe spelers in één keer naar de Topklasse door kunnen stoten.'

Terwijl de voorzitter enthousiast over de ambities van de club vertelt, begint Jan zich steeds beroerder te voelen. Zijn club Concordia, waar hij al bijna veertig jaar lid van is, kan na jaren geploeter in de laagste klasse nu eindelijk omhoog. De club heeft alles voor elkaar. Er is alleen niet voldoende geld, maar daar dachten ze hem voor te hebben. Hij kan echter niet meer aan die verwachtingen voldoen en daar voelt hij zich met de minuut schuldiger door.

Hij is door het vlammende betoog van de voorzitter ineens weer heel erg gaan twijfelen. Natuurlijk is hij de slechte financiële positie van zijn bedrijf niet vergeten, maar het kleine Concordia in de Topklasse zou schitterend zijn. Eindelijk zouden ze dan alle grote clubs in de buurt eens achter zich laten en de hoogst spelende club uit de regio zijn.
Doordat hij zo diep in gedachten is, merkt Jan eerst niet eens dat Wim uitgepraat is en het dus muisstil is.

De voorzitter die voelt dat de man tegenover hem hevig worstelt met zijn genomen beslissing, besluit uit respect voor de sponsor te vertrekken.
'Nou Jan, er is niets aan te doen. Ik zal je besluit doorgeven en samen met het bestuur proberen om er toch nog iets van te maken. Onze race naar de Topklasse moet dan maar een paar jaar langer duren.'
Hoewel Jan eigenlijk wil knikken dat hij het hier mee eens is, zegt hij: 'Wacht even Wim.
Ik wil toch nog even met mijn accountant bellen. Misschien dat hij toch nog een gaatje ziet.'
Zonder verder nog iets te zeggen, pakt Jan zijn telefoon en loopt de kamer uit. Hij gaat echter niet bellen, maar naar de wc. Daar gaan zijn gedachten als een turbo door zijn hoofd. Ineens schiet hem te binnen, dat spelen in de Topklasse wel erg goed is voor de naamsbekendheid van zijn bedrijf. Dit zal zeker nieuwe opdrachten opleveren. Plus dat de mensen binnen de club hem erg zullen waarderen vanwege zijn financiële steun. Tot slot zal de club waarschijnlijk weer degraderen naar een lagere klasse als hij zijn steun intrekt. Alle inspanningen van de laatste jaren zijn dan voor niets geweest.

Zal hij dan toch maar? Het lijkt er immers op, dat de zaken de laatste weken net weer wat beter gaan. Mede hierdoor, besluit hij om aan alle twijfels maar een einde te maken.
Hij loopt snel terug naar de voorzitter om hem het grote nieuws te vertellen. De man is ontzettend blij, maar drukt Jan meerdere malen op het hart om geen onverantwoorde financiële risico's te nemen. Deze beweert echter met klem dat er geen enkel probleem is. Enthousiast praat hij nog een paar uur met de voorzitter over alle plannen voor de toekomst van de club.

Jan is zo moe van al het praten en denken geworden, dat hij bijna in slaap valt voordat hij zijn bed ziet. Hij droomt meerdere keren van kampioenschappen, feesten en recepties, maar de volgende ochtend wacht een erg koude douche. Eerst krijgt hij namelijk het bericht dat zijn grootste klant failliet is en daardoor zijn openstaande facturen niet kan betalen. Natuurlijk nemen ze ook geen nieuwe spullen meer af.
Het wordt echter nog erger, want een half uurtje later belt de bank. Ze willen praten omdat ze erg geschrokken zijn van de laatste jaarcijfers en dreigen met een inperking van het krediet.

Terug