in de wissel
Volg de voetbalromans van Henk Doppenberg op facebook   Home    Getrouwd met voetbal   In de Wissel    Volg Henk Doppenberg op Linkedin

Papa, mag ik op voetballen?

'Henk, ga jij Paul even van school halen?'
'Ja, is goed. Ik ga meteen.'
Henk loopt gelijk naar buiten en een paar tellen later rijdt hij al de straat uit. Het is niet echt heel ver. Eigenlijk zou Paul wel naar huis kunnen lopen, maar omdat hij sinds zijn geboorte al gehandicapt is aan zijn been, wordt hij iedere dag gebracht en gehaald.
Zijn ouders weten wel dat ze hem daarmee veel te veel verwennen, maar kunnen het ook niet over hun hart verkrijgen om de jongen alleen naar huis te laten lopen. Ten eerste moet hij alleen omdat zijn vriendjes uit een andere buurt komen en ten tweede willen ze hem zo veel mogelijk ontzien.

Henk is wat aan de late kant, want als hij bij school komt zijn de kinderen al buiten.
Paul ziet zijn vader gelijk en komt meteen naar de auto. Als Henk zijn zoon met een blij gezicht aan ziet komen, overvalt hem zoals wel vaker een erg bedroefd gevoel. Hij heeft zo vreselijk veel medelijden met de jongen. Zo'n jong kind nog, dat zo beperkt is door zijn handicap. Voor de misschien wel duizendste keer vraagt hij zich af, waarom nu juist zijn zoon dit moest overkomen.

Als Paul de deur van de auto open doet, is Henk zijn neerslachtigheid snel kwijt.
Ondanks dat de jongen een beperking heeft, is hij namelijk altijd opgeruimd. Als vader schaamt hij zich er zelfs wel eens voor, dat hij meer problemen met de handicap van zijn zoon heeft dan de jongen zelf.
'Hoi Pa.'
'Dag jongen. Was het leuk op school?'
'Ja, hartstikke. Karel hield een spreekbeurt over zijn voetbalteam. Mag ik ook op voetballen pap?'

Henk voelt zich warm worden van schrik en weet even niet wat hij moet zeggen. Hij heeft er nog nooit een moment aan gedacht, dat de jongen hier ooit over zou beginnen. Voor zijn gevoel mag hij zijn zoon dit niet aandoen. Hij zal ten eerste door zijn teamgenoten uitgescholden worden omdat hij amper aan het spel mee kan doen en tegenstanders zullen hem uitlachen vanwege zijn handicap.
'Mag het pap?'
'Zullen we het daar straks eerst even met je moeder over hebben?'
'Waarom? Dat doe je met andere dingen toch ook niet?'
'Laten we het nu maar wel doen.'

Paul zwijgt, maar aan zijn gezicht is duidelijk te zien dat hij het helemaal niet leuk vindt.
Hij had er namelijk op gerekend, dat zijn vader hem meteen toestemming zou geven om te gaan voetballen. Henk ziet het bedrukte gezicht van zijn zoon natuurlijk ook en voelt zich verschrikkelijk beroerd. Hoe moet hij dit nu oplossen zonder de jongen verdriet te doen?
Doordat vader en zoon beide, zij het op hun eigen manier, bezig zijn met het eventuele lidmaatschap van de voetbalclub, wordt er niet meer gesproken. Als ze thuis zijn, gaat Paul zo snel mogelijk de auto uit op zoek naar zijn moeder. Henk die de jongen zijn plannen wel in de gaten heeft, gaat hem meteen achterna zodat ze toch nog vrijwel gelijk binnenkomen.

Henk krijgt echter geen kans om iets tegen zijn vrouw Joke te zeggen, want Paul begint meteen al te roepen zonder dat hij zijn moeder ziet.
'Mam, ik wil graag op voetballen. Mag het van jou?'
Moeder Joke komt met een verschrikt gezicht de gang in. Ze ziet haar man gebaren maken, dat hij ook niet weet wat hij met de situatie moet en begrijpt dat ze een probleem hebben. Paul wil op voetballen en zij als ouders zien dat helemaal niet zitten. Ze hebben het er samen immers al diverse keren over gehad, dat het zo jammer is dat hun zoon nooit aan sport kan doen.
Ze weet dus heel goed wat de mening van haar man is.
Zoals altijd als er moeilijkheden zijn, neemt ze echter wel het initiatief om tot een oplossing te komen.

'Ga eens even zitten Paul. Ik begrijp heel goed dat je op voetbal wil, maar vind je niet dat dit vanwege je been erg onverstandig is? De andere jongens zijn allemaal veel sneller dan jij en zullen waarschijnlijk ook veel harder kunnen schieten. Het is toch niet leuk voor je, als je er maar een beetje voor spek en bonen bij loopt?' Het gaat ons er echt niet om, dat je niet mag voetballen. We willen je alleen beschermen.'

Paul die zijn voorgenomen voetbalavontuur in duigen ziet vallen, barst in tranen uit.
'Ik wil niet anders zijn dan de andere jongens. Op school speel ik ook altijd met ze, dus waarom kan ik niet met ze voetballen? Jullie zullen zien, dat ik het best goed doe.'
Henk en Joke kijken elkaar aan en begrijpen zonder een woord te zeggen, dat dit niet zomaar is opgelost. Joke heeft net als haar man erg veel medelijden met Paul. Ze probeert haar jongen dan ook te troosten, maar niets helpt. Hij begint zelfs steeds harder te huilen. Het lijkt wel uren te duren voor hij eindelijk wat rustiger wordt. Praten doet hij echter nog steeds niet. Op zeker moment staat hij toch op en met de woorden 'ik heb hoofdpijn' loopt hij naar boven.

Hoewel zijn ouders hem het liefste achterna zouden lopen, zijn ze blij om even samen te zijn. Zo kunnen ze tenminste overleggen. Er hoeft alleen weinig te worden gesproken, want ze blijven het samen eens. Voetbal is niets voor hun zoon. Hij is gehandicapt en simpel niet in staat om net als de andere jongens over het veld te hollen.
'Laten we maar hopen, dat het voetballen een bevlieging van hem is geweest en we hem er niet meer over horen.'
'Mee eens Joke, want het is niets voor hem.'

Hiermee is het onderwerp voetbal gesloten. Beide ouders denken er nog wel een paar keer aan, maar ze hebben het er niet meer over. Voor Paul is het onderwerp echter nog lang niet afgesloten. Verdrietig ligt hij op bed voor zich uit te staren. Toen zijn vrienden hem gevraagd hadden of hij op voetbal kwam, had hem dat zo leuk geleken. Geen moment was het in hem opgekomen, dat zijn ouders het niet goed zouden vinden. Het is echter allemaal op een gigantische tegenvaller uitgedraaid. Opeens krijgt hij echter een idee. Hoe meer hij er over denkt, des te enthousiaster hij wordt. Op deze manier kunnen zijn ouders hem gewoon niet meer weigeren om lid van de voetbalclub te worden.
Door zijn onverwachte plan, zakt de hoofdpijn vrij snel af en als de jongen tegen zes uur beneden komt, lijkt er niets meer aan de hand. Zijn ouders zien zijn goede humeur met blijdschap aan. Beide zijn ze blij dat het 'voetbalprobleem' is opgelost.

De volgende middag blijken Joke en Henk erg voorbarig te zijn geweest. Tegen half vier gaat namelijk de bel. Als Joke naar de deur loopt, ziet ze tot haar grote verbazing Paul staan met vier vriendjes en een vader. Ze merkt echter gauw wat er aan de hand is, want Karel neemt meteen het woord.
'Mevrouw, we komen vragen of Paul met ons op de voetbalclub mag. Hij is onze vriend.
We spelen altijd samen en vinden het leuk om met elkaar te voetballen. Mijn vader is trainer en die vindt het ook goed. Volgens hem is het helemaal niet gevaarlijk voor Paul en kan het best'.

Joke weet even niet zo gauw wat ze zeggen moet en is blij dat Henk er bijgekomen is.
Ze twijfelen nog steeds en staan even zwijgend voor zich uit te kijken. Als Karels vader echter zegt dat hij er persoonlijk voor zal zorgen dat Paul niets gebeurt en ze nog eens naar de smekende blikken van de kinderen kijken, geven ze toch maar toe.
Paul is dolgelukkig en huilend van blijdschap vliegt hij zijn ouders om hun nek. Om het goede nieuws te vieren, gaan de knapen gelijk samen een balletje trappen.

Als Joke en Henk de echte vrienden samen weg zien lopen, krijgen ze beide spontaan een brok in hun keel en komen er tranen van geluk. Hun zoon wordt ondanks zijn handicap niet aan zijn lot overgelaten en daar worden ze heel erg blij.

Terug