Kampioen, ten koste van alles?
'Kom er maar even bij jongens, dan zal ik de
opstelling voor zaterdag bekend maken.'
De spelers van Oranje-Zwart D1, schieten snel de ballen in het doel en
gaan vervolgens in een drafje richting Sjaak, hun trainer.
Aanstaande zaterdag is de laatste competitiewedstrijd tegen OKB en bij
winst zijn ze kampioen. Dus willen ze graag horen of ze mogen meespelen
of reserve zijn.
'Jullie weten dat we zaterdag kampioen kunnen worden. Daarom neem ik
aan, dat jullie het logisch vinden dat we in de sterkste opstelling
beginnen. We hebben toch immers allemaal zin in het kampioenschap?'
Jeffrey zou na de woorden van Sjaak het liefste naar huis gaan. Hij mag
al bijna nooit meespelen, maar had er op gehoopt dat hij zaterdag een
tijdje mee mocht doen.
Zijn oma komt namelijk kijken en dat is bijna zeker voor de laatste
keer. Ze is namelijk ernstig ziek en hij heeft uit de woorden van zijn
vader begrepen, dat ze niet lang meer te leven heeft.
Hij zou het dus hartstikke fijn vinden, als ze hem nog een keer kon
zien spelen. Het zal er alleen wel niet in zitten, want hij weet zelf
ook wel dat er voor hem geen plaatsje is in de sterkste opstelling.
Hij hoort dan ook niet echt meer wat Sjaak allemaal nog zegt. In
gedachten ziet hij zijn oma. Zij komt ondanks haar ziekte zaterdag
speciaal voor hem naar het voetbalveld en hij zit waarschijnlijk de
hele wedstrijd aan de kant.
Dat is immers al diverse keren gebeurd. De jongen voelt dat hij moet
huilen
en dat wil hij zeer zeker niet. Zijn medespelers zullen hem immers nog
meer uitlachen dan ze normaal al doen. Hij is daarom blij dat de
trainer uitgepraat is
en ze naar de kleedkamer kunnen. Even denkt hij alles aan Sjaak te
vertellen, zodat hij misschien toch nog even mag meedoen. Hij weet
echter dat dit zinloos is en doet het dus maar niet.
De man heeft het er immers al maanden over dat ze kampioen willen
worden en zal daarom zijn beste spelers toch niet laten vallen. Zeker
niet voor hem.
Diep bedroefd loopt hij met zijn medespelers naar de kleedkamer. In
tegenstelling tot de rest van zijn team, heeft hij helemaal geen zin in
de wedstrijd van zaterdag.
Natuurlijk is kampioen worden leuk, maar hij heeft bijna niet gespeeld.
Dus eigenlijk is het zijn feestje ook niet. Plus dat hij nu al weet dat
zijn oma
zaterdag voor niets komt en dat maakt het allemaal
nog veel beroerder voor hem.
Als de jongen thuiskomt, ziet hij dat alleen zijn vader er is.
'Is mama er niet?'
'Nee, ze is even naar oma.'
'Gaat het niet goed met haar?'
'Jawel. Ze kijkt er juist erg naar uit om zaterdag bij je wedstrijd te
komen.'
Jeffrey kijkt zijn vader verdrietig aan en barst dan opeens in tranen
uit.
'Wat is er toch aan de hand? Waarom huil je zo?'
Pas na een tijdje kan de jongen snikkend antwoorden: 'De trainer wil
weer met de sterkste opstelling spelen, dus ben ik de derde reserve. Ik
mag alleen even meedoen als we dik genoeg
voor staan en dat zal zaterdag wel niet lukken. OKB is namelijk ook
heel erg goed.'
'Zal ik Sjaak anders morgen even bellen? Als ik hem vertel dat oma komt
kijken, mag je vast wel meedoen.'
'Zou het?'
'Ik denk het wel. Ga nu maar lekker slapen. Je zult zien dat het
allemaal erg meevalt.'
'Wanneer bel je dan?'
'Gelijk als ik morgen uit mijn werk kom.'
Redelijk gerustgesteld, gaat de jongen naar zijn kamer. Als
zijn vader zich ermee bemoeit, zal het vast en zeker goed komen.
Jeffrey komt de volgende dag heel erg gespannen uit school. Het duurt
nu immers niet lang meer voor hij weet of hij zaterdag even mag spelen.
Door de spanning wil hij niets eten of drinken en al helemaal de straat
niet op om te spelen.
Het enige wat hij doet, is om de vijf minuten op de klok kijken. Zijn
moeder heeft dit natuurlijk meteen in de gaten.
'Het duurt nog wel een half uur voor pappa thuiskomt hoor.'
'Weet ik wel, maar het kan toch zijn dat hij dit keer iets eerder is?'
'Natuurlijk kan dat, maar reken er maar niet te vast op. Dan valt het
ook niet tegen.'
Jeffrey zegt niets. Hij blijft zijn ogen echter gericht houden op het
begin van de straat.
Daar hoopt hij namelijk ieder moment zijn vader
aan te zien komen.
Net even na vier uur schokt zijn lijf van emotie. Ineens ziet hij
namelijk de door hem zo gewenste auto naderen.
Hij rent gelijk naar de voordeur en vliegt naar buiten.
'Hoi Pa. Ga je nu gelijk bellen?'
'Ja jongen. Dat is goed.'
Jeffrey zijn hart bonkt van de spanning. Nu zal hij snel weten of zijn
oma morgen niet helemaal voor niets komt. Spierwit van de spanning gaat
hij op de bank zitten wachten op zijn
vader, die gelijk de telefoon pakt. Doordat de intercom aan staat, kan
hij het telefoongesprek ook volgen.
'Met Van Dijk.'
'Hallo. Met Van de Kamp, de vader van Jeffrey. Ik hoorde van hem dat
hij morgen waarschijnlijk helemaal niet mag meespelen. Is dat zo?'
'Die kans zit er heel dik in ja. Ik wil morgen winnen en dat kan alleen
maar met de sterkste elf en u weet ook dat Jeffrey daar absoluut niet
bij hoort. Sterker nog, met hem erbij worden we
zwakker en dat wil ik zeker morgen niet.'
Jeffrey, die de woorden van zijn trainer heeft gehoord, wil opstaan en
weglopen. Zijn vader slaat echter zijn arm om hem heen en houdt hem
stevig vast.
'De jongen en ook ik, weten heel goed dat hij geen sterspeler is.
Morgen komt zijn ernstig zieke oma echter nog een keer kijken. Ze heeft
niet
lang meer te leven en zal haar kleinkind zeer waarschijnlijk voor de
laatste maal kunnen zien spelen. We zouden het heel erg vinden als ze
voor niets komt. Kun je daarom de jongen niet toch nog een kwartiertje
laten meedoen? Je zou ons hier een groot plezier mee doen.'
'Van de Kamp. Hier kan ik heel kort over zijn. We hebben een heel jaar
samen ontzettend hard gewerkt om kampioen te worden en ik ga die kans
nu niet verprutsen door Jeffrey op te stellen.
Het spijt me vreselijk, maar het is niet anders. Als we een kwartier of
desnoods twintig minuten voor tijd met meer dan twee doelpunten voor of
achter staan mag hij erin en anders niet.'
'Dus je wordt liever kampioen, dan dat je een ernstig zieke vrouw en
haar familie een groot plezier doet?'
'Ik kan nu we zo kort bij het kampioenschap zijn, deze kans niet zomaar
laten lopen.'
'Daar verschillen we dan over van mening, maar ik weet in ieder geval
genoeg. Tot ziens.'
Als de verbinding is verbroken, zitten Jeffrey en zijn vader een hele
tijd zwijgend naast elkaar op de bank. De jongen wil wel wat zeggen,
maar de tranen zitten hem zo hoog dat praten onmogelijk
voor hem is. Het duurt bijna een kwartier voor hij zich weer een beetje
heeft herpakt.
'Ik ga morgen niet.'
'Jawel Jeffrey. Je gaat wel. Jij bent lid van de club, dus dan hoor je
er te zijn. Dat Sjaak je niet laat meedoen, is voor zijn
verantwoording. Ik wil echter niet dat jij daardoor verstek laat gaan.'
De jongen kijkt zijn vader aan en ziet dat het menens is.
'Ik ga wel van voetbal af en morgen gelijk na de wedstrijd naar
huis.'
'Dat moet je zelf weten. Ik zou als ik jou was trouwens ook voor een
andere sport
kiezen.'
Hoewel ze uit alle macht proberen om er nog een gezellige avond van te
maken, blijft de stemming een beetje bedrukt. Ze besluiten om oma
morgen gewoon naar het voetbalveld te laten komen.
'Wie weet staan jullie heel snel met een paar doelpunten verschil voor
en kom je er toch nog in.'
'Nou pap, voor mijn part staan we bij de rust met 5-0 achter. Als ik
maar even mee mag doen.'
Jeffrey's ouders kijken hun zoon vol medelijden aan. Ze voelen zijn
verdriet en zouden heel graag voor hem willen dat het anders was. Alleen weten
ze niet hoe.
De jongen is de volgende ochtend al om zes uur wakker. Hij is heel erg
zenuwachtig en voelt zich ontzettend triest. Straks komt zijn zieke oma
voor niets naar het voetbalveld en alleen die
gedachte al maakt hem radeloos. Om een beetje afleiding te hebben, zet
hij de computer maar aan om wat spelletjes te doen. Dit helpt wel een
beetje, maar hij blijft heel erg terneergeslagen.
Het is voor zijn gevoel allemaal hartstikke oneerlijk. Hij kan er toch
ook niets aan doen, dat hij geen stervoetballer is. Zeker omdat hij er
nog nooit over heeft geklaagd dat hij weer langs de kant moest staan,
had de trainer hem nu best kunnen helpen. Vooral omdat zijn oma er nu
ook mee te maken heeft.
Als Jeffrey tegen negen uur de kleedkamer van Oranje-Zwart binnenkomt,
heerst er een opgewonden spanning. Iedereen hoopt vandaag kampioen te
worden, maar voor het begin krijgen ze al een flinke tegenslag te
verwerken. Hun topscorer Martin is namelijk ziek en kan dus niet
meespelen. Hoewel Jeffrey dit zijn medespeler zeker niet gunt, denkt
hij wel gelijk aan zichzelf.
Hij is nu immers geen nummer veertien meer, maar dertien. Deze gedachte
fleurt hem ondanks alles toch wel weer een beetje op. Als hij het veld
opkomt, zwaait hij dan ook, zeker voor zijn doen,
behoorlijk uitbundig naar zijn vader, moeder en oma die in haar
rolstoel tussen zijn ouders in staat.
In de wedstrijd is goed te merken dat Oranje-Zwart haar topscorer mist.
Alleen door stug verdedigen weten ze de stand op 0-0 te houden, maar
iedereen langs de kant vraagt zich af voor hoe lang nog. Het wordt nog
erger, als net voor rust de linksbuiten geblesseerd uitvalt. Jeffrey
weet dat hij nu nog de enige is die op de bank zit, maar heeft geen
enkele hoop meer dat
hij nog mee mag doen. De wedstrijd loopt immers van geen kanten en
Sjaak zal zeker niet zomaar wisselen. Of er moet nog iemand geblesseerd
raken, maar dat gunt de jongen zijn medespelers
ook weer niet. Hoe graag hij ook mee zou willen doen.
Met heel veel kunst en vliegwerk weet Oranje-Zwart het tot de rust in
ieder geval
gelijk te houden. In de kleedkamer probeert Sjaak uit alle macht om
zijn spelers weer op te peppen.
'Achterin dichthouden. Aan één doelpuntje hebben we genoeg.'
Met deze
woorden stuurt hij zijn jongens weer het veld op. Zijn woorden helpen
echter weinig, want Oranje-Zwart blijft onder druk staan en het wachten
is op de 0-1 die onvermijdelijk vallen zal. OKB krijgt kans op kans,
maar de bal wil er nog
steeds niet in. Jeffrey weet nu zeker dat zijn oma hem niet zal zien
voetballen.
Als hij een kwartiertje voor tijd zijn vader in
zijn richting ziet komen, weet hij het eigenlijk al. Hij kan wel huilen
van verdriet.
Oma zal wel niet langer kunnen wachten. Ze is waarschijnlijk te moe.
Hij blijkt gelijk te hebben.
'Jeffrey we gaan hoor. Oma is heel erg moe. Ze wil een poosje gaan
liggen. Je mag toch niet meer meedoen.'
'Ik ga mee.'
'Nee, je blijft hier tot het afgelopen is.'
Met tranen in zijn ogen ziet de jongen zijn ouders en oma weggaan. Hij
weet nu heel zeker, dat het vandaag de laatste wedstrijd is geweest die
hij bij Oranje-Zwart heeft
gespeeld. Nog een kleine tien minuten en dan is het afgelopen. Omdat
zijn vader het wil zal hij daar op wachten, maar daarna is hij meteen
vertrokken.
De stand op het veld blijft ondanks alle kansen nog steeds 0-0.
Jeffrey's trainer schreeuwt zijn keel schor om zijn jongens aan te
moedigen. Ze doen ook hun uiterste best, maar de tegenstander
is gewoon beter. Als de rechtsbuiten een minuut of acht voor het einde
van de wedstrijd zich verstapt en niet meer verder kan spelen,
schreeuwt Sjaak uit de verte naar Jeffrey:
'Hé snel je trainingspak uit, dan kun je er nog even in. Ga maar in de
voorhoede.'
De jongen denkt even om hard weg te rennen. Uit respect voor zijn
vader die dit zeker niet zou willen, gaat hij echter toch maar het veld
in.
Hij krijgt zoals altijd geen enkele bal toegespeeld.
Normaal zou hij hier helemaal van uit zijn doen raken, maar dit keer
kan het hem helemaal niets schelen.
Als er bijna tegen het einde van de wedstrijd een bal in zijn richting
komt rollen denkt hij ook geen moment na, maar schiet hij met alle
frustratie die in hem zit op doel.
Geen mens op het veld had deze actie van hem verwacht, hijzelf niet,
zijn
medespelers niet en de keeper van de tegenpartij al helemaal niet.
Daarom vliegt de bal met
een flinke vaart tegen het net en is het 1-0.
Er barst meteen een luid gejuich los. Zowel in als buiten het veld.
Jeffrey ziet iedereen naar hem toekomen. In een
seconde flitst hem echter alles door zijn hoofd wat er het afgelopen
seizoen is gebeurd. Elke week kreeg hij weer de hoon van zijn trainer
en medespelers over zich heen. Nooit deed hij iets goed en nu hij
gescoord heeft zullen ze
hem zeker ineens allemaal om de nek vliegen. Dat nooit denkt hij in
een flits en voor iedereen het in de gaten heeft, zet hij het op een
lopen naar de fietsenstalling.
Hier springt hij zo vlug hij kan op zijn fiets om in zijn
voetbalkleding naar huis te gaan.
Even is iedereen op het voetbalveld stomverbaasd, maar dan gaat het
feest verder alsof er niets gebeurd is. Geen mens die het nog over
Jeffrey heeft. Ook de trainer niet. Hij denkt er nog wel even over na,
maar blijft heel tevreden over zijn
besluit. Door zijn opstelling zijn ze tenslotte wel mooi kampioen
geworden. Als hij Jeffrey eerder had laten meedoen, was dat zeker niet
gelukt. Tja, zijn oma heeft hem nu niet zien spelen, maar is dat zijn
schuld? Als de mensen een paar minuten waren gebleven, was er niets aan
de hand geweest.
Plus dat het team natuurlijk niet alleen om Jeffrey draait. Iedereen
heeft wel eens wensen. Als hij daar naar gaat
luisteren, kan hij binnenkort zelf wel thuisblijven.
Nee, hij is de baas en bepaalt wat er gebeurt. In de Eredivisie houden
ze toch immers ook geen rekening met allerlei privé zaken.
Trots neemt hij alle felicitaties in ontvangst en steeds meer voelt hij
zich de grote man achter het kampioenschap. Zonder zijn tactische
kennis en professionele instelling, was het immers nooit gelukt.
Alle wissels pakten precies goed uit en dat is toch echt zijn eigen
verdienste.
Opeens gaat zijn telefoon. Als hij opneemt, hoort hij de stem
van zijn buurman.
'Je moet meteen naar het ziekenhuis gaan, want je vrouw is van de trap
gevallen. Ze vrezen voor haar
leven.'
Sjaak is even versuft door dit verschrikkelijk nieuws, maar dan rent
hij zo snel hij kan naar zijn auto. Een paar minuten later is hij al op
de eerste hulp. Hij wil gelijk doorrennen, maar
een paar verpleegsters houden hem tegen.
'Even wachten meneer, de artsen zijn nog met uw vrouw bezig. Ga daar
maar even zitten.
Wilt u een kopje koffie?'
Hij wil echter niets en hij heeft geen rust om te gaan zitten. Wat een
schrik. Het leven leek hem op het voetbalveld zo toe te lachen en dan
nu dit. Dat kampioenschap kan hem gestolen worden. Als het met zijn
vrouw maar goed komt. Ineens moet hij aan Jeffrey denken. Omdat hij zo
nodig kampioen moest worden, heeft hij de jongen en zijn familie veel
verdriet
aangedaan. Hij zal de jongen morgen zijn excuses gaan aanbieden en
hoopt zijn fout nog weer een beetje goed te kunnen maken. Zo vol
wroeging wacht hij op het herstel van zijn vrouw.
Terug
|
|