herhaling?
Volg de voetbalromans van Henk Doppenberg op facebook   Home    Getrouwd met voetbal   In de Wissel    Volg Henk Doppenberg op Linkedin

Kampioen, ten koste van alles?

'Kom er maar even bij jongens, dan zal ik de opstelling voor zaterdag bekend maken.'
De spelers van Oranje-Zwart D1, schieten snel de ballen in het doel en gaan vervolgens in een drafje richting Sjaak, hun trainer. Aanstaande zaterdag is de laatste competitiewedstrijd tegen OKB en bij winst zijn ze kampioen. Dus willen ze graag horen of ze mogen meespelen of reserve zijn.
'Jullie weten dat we zaterdag kampioen kunnen worden. Daarom neem ik aan, dat jullie het logisch vinden dat we in de sterkste opstelling beginnen. We hebben toch immers allemaal zin in het kampioenschap?'

Jeffrey zou na de woorden van Sjaak het liefste naar huis gaan. Hij mag al bijna nooit meespelen, maar had er op gehoopt dat hij zaterdag een tijdje mee mocht doen. Zijn oma komt namelijk kijken en dat is bijna zeker voor de laatste keer. Ze is namelijk ernstig ziek en hij heeft uit de woorden van zijn vader begrepen, dat ze niet lang meer te leven heeft. Hij zou het dus hartstikke fijn vinden, als ze hem nog een keer kon zien spelen. Het zal er alleen wel niet in zitten, want hij weet zelf ook wel dat er voor hem geen plaatsje is in de sterkste opstelling.

Hij hoort dan ook niet echt meer wat Sjaak allemaal nog zegt. In gedachten ziet hij zijn oma. Zij komt ondanks haar ziekte zaterdag speciaal voor hem naar het voetbalveld en hij zit waarschijnlijk de hele wedstrijd aan de kant. Dat is immers al diverse keren gebeurd. De jongen voelt dat hij moet huilen en dat wil hij zeer zeker niet. Zijn medespelers zullen hem immers nog meer uitlachen dan ze normaal al doen. Hij is daarom blij dat de trainer uitgepraat is en ze naar de kleedkamer kunnen. Even denkt hij alles aan Sjaak te vertellen, zodat hij misschien toch nog even mag meedoen. Hij weet echter dat dit zinloos is en doet het dus maar niet. De man heeft het er immers al maanden over dat ze kampioen willen worden en zal daarom zijn beste spelers toch niet laten vallen. Zeker niet voor hem.

Diep bedroefd loopt hij met zijn medespelers naar de kleedkamer. In tegenstelling tot de rest van zijn team, heeft hij helemaal geen zin in de wedstrijd van zaterdag. Natuurlijk is kampioen worden leuk, maar hij heeft bijna niet gespeeld. Dus eigenlijk is het zijn feestje ook niet. Plus dat hij nu al weet dat zijn oma zaterdag voor niets komt en dat maakt het allemaal nog veel beroerder voor hem.

Als de jongen thuiskomt, ziet hij dat alleen zijn vader er is.
'Is mama er niet?'
'Nee, ze is even naar oma.'
'Gaat het niet goed met haar?'
'Jawel. Ze kijkt er juist erg naar uit om zaterdag bij je wedstrijd te komen.'
Jeffrey kijkt zijn vader verdrietig aan en barst dan opeens in tranen uit.
'Wat is er toch aan de hand? Waarom huil je zo?'

Pas na een tijdje kan de jongen snikkend antwoorden: 'De trainer wil weer met de sterkste opstelling spelen, dus ben ik de derde reserve. Ik mag alleen even meedoen als we dik genoeg voor staan en dat zal zaterdag wel niet lukken. OKB is namelijk ook heel erg goed.'
'Zal ik Sjaak anders morgen even bellen? Als ik hem vertel dat oma komt kijken, mag je vast wel meedoen.'
'Zou het?'
'Ik denk het wel. Ga nu maar lekker slapen. Je zult zien dat het allemaal erg meevalt.'
'Wanneer bel je dan?'
'Gelijk als ik morgen uit mijn werk kom.'
Redelijk gerustgesteld, gaat de jongen naar zijn kamer. Als zijn vader zich ermee bemoeit, zal het vast en zeker goed komen.

Jeffrey komt de volgende dag heel erg gespannen uit school. Het duurt nu immers niet lang meer voor hij weet of hij zaterdag even mag spelen. Door de spanning wil hij niets eten of drinken en al helemaal de straat niet op om te spelen. Het enige wat hij doet, is om de vijf minuten op de klok kijken. Zijn moeder heeft dit natuurlijk meteen in de gaten. 'Het duurt nog wel een half uur voor pappa thuiskomt hoor.'
'Weet ik wel, maar het kan toch zijn dat hij dit keer iets eerder is?'
'Natuurlijk kan dat, maar reken er maar niet te vast op. Dan valt het ook niet tegen.'
Jeffrey zegt niets. Hij blijft zijn ogen echter gericht houden op het begin van de straat.
Daar hoopt hij namelijk ieder moment zijn vader aan te zien komen. Net even na vier uur schokt zijn lijf van emotie. Ineens ziet hij namelijk de door hem zo gewenste auto naderen. Hij rent gelijk naar de voordeur en vliegt naar buiten.
'Hoi Pa. Ga je nu gelijk bellen?'
'Ja jongen. Dat is goed.'

Jeffrey zijn hart bonkt van de spanning. Nu zal hij snel weten of zijn oma morgen niet helemaal voor niets komt. Spierwit van de spanning gaat hij op de bank zitten wachten op zijn vader, die gelijk de telefoon pakt. Doordat de intercom aan staat, kan hij het telefoongesprek ook volgen.
'Met Van Dijk.'
'Hallo. Met Van de Kamp, de vader van Jeffrey. Ik hoorde van hem dat hij morgen waarschijnlijk helemaal niet mag meespelen. Is dat zo?'
'Die kans zit er heel dik in ja. Ik wil morgen winnen en dat kan alleen maar met de sterkste elf en u weet ook dat Jeffrey daar absoluut niet bij hoort. Sterker nog, met hem erbij worden we zwakker en dat wil ik zeker morgen niet.'

Jeffrey, die de woorden van zijn trainer heeft gehoord, wil opstaan en weglopen. Zijn vader slaat echter zijn arm om hem heen en houdt hem stevig vast.
'De jongen en ook ik, weten heel goed dat hij geen sterspeler is. Morgen komt zijn ernstig zieke oma echter nog een keer kijken. Ze heeft niet lang meer te leven en zal haar kleinkind zeer waarschijnlijk voor de laatste maal kunnen zien spelen. We zouden het heel erg vinden als ze voor niets komt. Kun je daarom de jongen niet toch nog een kwartiertje laten meedoen? Je zou ons hier een groot plezier mee doen.'

'Van de Kamp. Hier kan ik heel kort over zijn. We hebben een heel jaar samen ontzettend hard gewerkt om kampioen te worden en ik ga die kans nu niet verprutsen door Jeffrey op te stellen. Het spijt me vreselijk, maar het is niet anders. Als we een kwartier of desnoods twintig minuten voor tijd met meer dan twee doelpunten voor of achter staan mag hij erin en anders niet.'
'Dus je wordt liever kampioen, dan dat je een ernstig zieke vrouw en haar familie een groot plezier doet?'
'Ik kan nu we zo kort bij het kampioenschap zijn, deze kans niet zomaar laten lopen.'
'Daar verschillen we dan over van mening, maar ik weet in ieder geval genoeg. Tot ziens.'

Als de verbinding is verbroken, zitten Jeffrey en zijn vader een hele tijd zwijgend naast elkaar op de bank. De jongen wil wel wat zeggen, maar de tranen zitten hem zo hoog dat praten onmogelijk voor hem is. Het duurt bijna een kwartier voor hij zich weer een beetje heeft herpakt.
'Ik ga morgen niet.'
'Jawel Jeffrey. Je gaat wel. Jij bent lid van de club, dus dan hoor je er te zijn. Dat Sjaak je niet laat meedoen, is voor zijn verantwoording. Ik wil echter niet dat jij daardoor verstek laat gaan.'
De jongen kijkt zijn vader aan en ziet dat het menens is.
'Ik ga wel van voetbal af en morgen gelijk na de wedstrijd naar huis.'
'Dat moet je zelf weten. Ik zou als ik jou was trouwens ook voor een andere sport kiezen.'

Hoewel ze uit alle macht proberen om er nog een gezellige avond van te maken, blijft de stemming een beetje bedrukt. Ze besluiten om oma morgen gewoon naar het voetbalveld te laten komen.
'Wie weet staan jullie heel snel met een paar doelpunten verschil voor en kom je er toch nog in.'
'Nou pap, voor mijn part staan we bij de rust met 5-0 achter. Als ik maar even mee mag doen.'
Jeffrey's ouders kijken hun zoon vol medelijden aan. Ze voelen zijn verdriet en zouden heel graag voor hem willen dat het anders was. Alleen weten ze niet hoe.

De jongen is de volgende ochtend al om zes uur wakker. Hij is heel erg zenuwachtig en voelt zich ontzettend triest. Straks komt zijn zieke oma voor niets naar het voetbalveld en alleen die gedachte al maakt hem radeloos. Om een beetje afleiding te hebben, zet hij de computer maar aan om wat spelletjes te doen. Dit helpt wel een beetje, maar hij blijft heel erg terneergeslagen. Het is voor zijn gevoel allemaal hartstikke oneerlijk. Hij kan er toch ook niets aan doen, dat hij geen stervoetballer is. Zeker omdat hij er nog nooit over heeft geklaagd dat hij weer langs de kant moest staan, had de trainer hem nu best kunnen helpen. Vooral omdat zijn oma er nu ook mee te maken heeft.

Als Jeffrey tegen negen uur de kleedkamer van Oranje-Zwart binnenkomt, heerst er een opgewonden spanning. Iedereen hoopt vandaag kampioen te worden, maar voor het begin krijgen ze al een flinke tegenslag te verwerken. Hun topscorer Martin is namelijk ziek en kan dus niet meespelen. Hoewel Jeffrey dit zijn medespeler zeker niet gunt, denkt hij wel gelijk aan zichzelf. Hij is nu immers geen nummer veertien meer, maar dertien. Deze gedachte fleurt hem ondanks alles toch wel weer een beetje op. Als hij het veld opkomt, zwaait hij dan ook, zeker voor zijn doen, behoorlijk uitbundig naar zijn vader, moeder en oma die in haar rolstoel tussen zijn ouders in staat.

In de wedstrijd is goed te merken dat Oranje-Zwart haar topscorer mist. Alleen door stug verdedigen weten ze de stand op 0-0 te houden, maar iedereen langs de kant vraagt zich af voor hoe lang nog. Het wordt nog erger, als net voor rust de linksbuiten geblesseerd uitvalt. Jeffrey weet dat hij nu nog de enige is die op de bank zit, maar heeft geen enkele hoop meer dat hij nog mee mag doen. De wedstrijd loopt immers van geen kanten en Sjaak zal zeker niet zomaar wisselen. Of er moet nog iemand geblesseerd raken, maar dat gunt de jongen zijn medespelers ook weer niet. Hoe graag hij ook mee zou willen doen.

Met heel veel kunst en vliegwerk weet Oranje-Zwart het tot de rust in ieder geval gelijk te houden. In de kleedkamer probeert Sjaak uit alle macht om zijn spelers weer op te peppen. 'Achterin dichthouden. Aan één doelpuntje hebben we genoeg.'
Met deze woorden stuurt hij zijn jongens weer het veld op. Zijn woorden helpen echter weinig, want Oranje-Zwart blijft onder druk staan en het wachten is op de 0-1 die onvermijdelijk vallen zal. OKB krijgt kans op kans, maar de bal wil er nog steeds niet in. Jeffrey weet nu zeker dat zijn oma hem niet zal zien voetballen. Als hij een kwartiertje voor tijd zijn vader in zijn richting ziet komen, weet hij het eigenlijk al. Hij kan wel huilen van verdriet. Oma zal wel niet langer kunnen wachten. Ze is waarschijnlijk te moe. Hij blijkt gelijk te hebben.

'Jeffrey we gaan hoor. Oma is heel erg moe. Ze wil een poosje gaan liggen. Je mag toch niet meer meedoen.'
'Ik ga mee.'
'Nee, je blijft hier tot het afgelopen is.'
Met tranen in zijn ogen ziet de jongen zijn ouders en oma weggaan. Hij weet nu heel zeker, dat het vandaag de laatste wedstrijd is geweest die hij bij Oranje-Zwart heeft gespeeld. Nog een kleine tien minuten en dan is het afgelopen. Omdat zijn vader het wil zal hij daar op wachten, maar daarna is hij meteen vertrokken.

De stand op het veld blijft ondanks alle kansen nog steeds 0-0. Jeffrey's trainer schreeuwt zijn keel schor om zijn jongens aan te moedigen. Ze doen ook hun uiterste best, maar de tegenstander is gewoon beter. Als de rechtsbuiten een minuut of acht voor het einde van de wedstrijd zich verstapt en niet meer verder kan spelen, schreeuwt Sjaak uit de verte naar Jeffrey: 'Hé snel je trainingspak uit, dan kun je er nog even in. Ga maar in de voorhoede.'

De jongen denkt even om hard weg te rennen. Uit respect voor zijn vader die dit zeker niet zou willen, gaat hij echter toch maar het veld in. Hij krijgt zoals altijd geen enkele bal toegespeeld. Normaal zou hij hier helemaal van uit zijn doen raken, maar dit keer kan het hem helemaal niets schelen. Als er bijna tegen het einde van de wedstrijd een bal in zijn richting komt rollen denkt hij ook geen moment na, maar schiet hij met alle frustratie die in hem zit op doel. Geen mens op het veld had deze actie van hem verwacht, hijzelf niet, zijn medespelers niet en de keeper van de tegenpartij al helemaal niet.

Daarom vliegt de bal met een flinke vaart tegen het net en is het 1-0. Er barst meteen een luid gejuich los. Zowel in als buiten het veld. Jeffrey ziet iedereen naar hem toekomen. In een seconde flitst hem echter alles door zijn hoofd wat er het afgelopen seizoen is gebeurd. Elke week kreeg hij weer de hoon van zijn trainer en medespelers over zich heen. Nooit deed hij iets goed en nu hij gescoord heeft zullen ze hem zeker ineens allemaal om de nek vliegen. Dat nooit denkt hij in een flits en voor iedereen het in de gaten heeft, zet hij het op een lopen naar de fietsenstalling. Hier springt hij zo vlug hij kan op zijn fiets om in zijn voetbalkleding naar huis te gaan.

Even is iedereen op het voetbalveld stomverbaasd, maar dan gaat het feest verder alsof er niets gebeurd is. Geen mens die het nog over Jeffrey heeft. Ook de trainer niet. Hij denkt er nog wel even over na, maar blijft heel tevreden over zijn besluit. Door zijn opstelling zijn ze tenslotte wel mooi kampioen geworden. Als hij Jeffrey eerder had laten meedoen, was dat zeker niet gelukt. Tja, zijn oma heeft hem nu niet zien spelen, maar is dat zijn schuld? Als de mensen een paar minuten waren gebleven, was er niets aan de hand geweest.

Plus dat het team natuurlijk niet alleen om Jeffrey draait. Iedereen heeft wel eens wensen. Als hij daar naar gaat luisteren, kan hij binnenkort zelf wel thuisblijven. Nee, hij is de baas en bepaalt wat er gebeurt. In de Eredivisie houden ze toch immers ook geen rekening met allerlei privé zaken.
Trots neemt hij alle felicitaties in ontvangst en steeds meer voelt hij zich de grote man achter het kampioenschap. Zonder zijn tactische kennis en professionele instelling, was het immers nooit gelukt. Alle wissels pakten precies goed uit en dat is toch echt zijn eigen verdienste.

Opeens gaat zijn telefoon. Als hij opneemt, hoort hij de stem van zijn buurman.
'Je moet meteen naar het ziekenhuis gaan, want je vrouw is van de trap gevallen. Ze vrezen voor haar leven.'
Sjaak is even versuft door dit verschrikkelijk nieuws, maar dan rent hij zo snel hij kan naar zijn auto. Een paar minuten later is hij al op de eerste hulp. Hij wil gelijk doorrennen, maar een paar verpleegsters houden hem tegen.
'Even wachten meneer, de artsen zijn nog met uw vrouw bezig. Ga daar maar even zitten.
Wilt u een kopje koffie?'
Hij wil echter niets en hij heeft geen rust om te gaan zitten. Wat een schrik. Het leven leek hem op het voetbalveld zo toe te lachen en dan nu dit. Dat kampioenschap kan hem gestolen worden. Als het met zijn vrouw maar goed komt. Ineens moet hij aan Jeffrey denken. Omdat hij zo nodig kampioen moest worden, heeft hij de jongen en zijn familie veel verdriet aangedaan. Hij zal de jongen morgen zijn excuses gaan aanbieden en hoopt zijn fout nog weer een beetje goed te kunnen maken. Zo vol wroeging wacht hij op het herstel van zijn vrouw.

Terug