Mam, we gaan naar Duitsland.
Het is stil in huis. De kinderen zijn naar de
voetbaltraining en moeder Irma zit rustig in de bank
te lezen. Ze is moe en vindt het fijn om even een momentje voor
zichzelf te hebben.
Dat gebeurt immers niet zo vaak.
Ze maakt namelijk erg lange dagen. Iedere ochtend zit ze al om vijf uur
op de fiets om haar krantenwijk te doen. Hier is ze tegen half acht van
thuis. Net op tijd om haar twee zonen, Robert van acht en Michel van
zes, te wekken.
Na samen te hebben ontbeten, brengt ze haar jongens vervolgens naar
school en gaat ze zelf snel door naar haar
volgende werk bij een schoonmaakbedrijf. Hier werkt ze tot half vijf,
waarna ze snel haar kinderen
weer van de buitenschoolse opvang ophaalt. Thuis begint ze gelijk met
eten koken en 's avonds is ze of druk met haar kinderen of met het
huishouden.
Ze leeft nu zo ongeveer acht maanden op deze manier en zou het maar wat
graag anders willen.
Ten eerste voor haar kinderen, maar natuurlijk ook voor zichzelf. Het
punt is dat ze geen andere keus heeft. Haar man is een jaar geleden
plotseling met de noorderzon vertrokken en heeft haar met
torenhoge schulden laten zitten. Hierdoor heeft ze eerst haar huis al
moeten verkopen en nu moet ze
heel zuinig leven om maar rond te kunnen komen. Het vele werken en de
gigantische zorgen kosten haar
heel veel energie. Daarom geniet ze zo van de spaarzame rustige
momenten.
Het is echter weer gedaan met de rust. Ze hoort namelijk de auto van de
buurman voor de deur stoppen.
Als Robert en Michiel uit de auto komen, ziet ze gelijk aan hun
opgewonden gezichten dat er iets aan de hand is. Daarom loopt ze toch
wel wat nieuwsgierig naar de voordeur. Haar jongens zijn zo
enthousiast, dat ze haar niet eens de kans geven om iets te vragen.
"Mam, we gaan naar Duitsland", roepen ze namelijk in koor.
Irma kijkt haar kinderen vragend aan, maar Robert gaat meteen verder.
"We hebben in mei een toernooi
in Duitsland. De D1, E1 en F1 samen. In mijn tas zit een brief waar
alles op staat."
Irma voelt zich schrikken bij de woorden van haar zoon. Zij weet
namelijk heel goed, dat een toernooi in Duitsland geld kost. Ze zullen
daar immers moeten eten en drinken en ook overnachten. Plus dat de reis
ook niet gratis zal zijn.
Natuurlijk gunt ze haar kinderen dit uitje, maar het is voor haar
financieel vast onmogelijk om ze
mee te laten gaan. Ze laat echter niets merken en doet zo enthousiast
als maar mogelijk is.
"Nou, laten we dan maar snel naar binnen gaan. Dan kan ik lezen wat
jullie allemaal gaan doen."
"John mag niet mee van zijn ouders, maar wij mogen toch wel?"
Irma weet dat de ouders van John het financieel ook erg zwaar hebben en
is eerst blij, dat zij dus niet de enige is die dit niet kan betalen.
Dit zal het voor haar kinderen waarschijnlijk een stukje
minder erg maken. Als ze echter opkijkt en de hoopvolle gezichten van
haar jongens ziet, neemt ze zonder na te denken eigenlijk al een
besluit.
"Natuurlijk mogen jullie mee. Leuk toch een paar dagen lekker vakantie
en voetballen."
De beide knapen zijn dolenthousiast, maar Irma schrikt van haar eigen
woorden. Ze kan nu niet meer
terug en zal dus moeten zorgen dat ze voor eind april ergens zeventig
euro vandaan tovert. Robert en Michiel hebben de zorgen van hun moeder
niet in de gaten en zijn vol van de trip die hen te wachten staat.
Zeker omdat ze nog nooit in Duitsland zijn geweest, vinden ze het
allemaal heel erg
spannend. Natuurlijk begrijpt Irma haar jongens wel en ze is hartstikke
blij voor ze.
Ze heeft echter geen flauw idee hoe ze aan het geld moet komen. Nu komt
ze iedere maand
een paar tientjes tekort, dus sparen lukt haar nooit. Robert en Michiel
kunnen dus gewoon niet mee. Ze herinnert zich echter haar belofte en
die wil ze niet breken.
Om rustig na te kunnen denken, besluit ze om de beide voetballers
alvast maar naar bed te sturen. Het helpt echter weinig. Hoe ze
namelijk ook nadenkt, er schiet haar niets te binnen.
Overwerken gaat niet, want haar baas betaalt geen overuren uit.
Bezuinigen op het huishouden is eveneens onmogelijk, want het is nu
allemaal al heel minimaal. Het enige wat ze kan proberen, is
om ergens zeventig euro te lenen. Ze zou echter niet weten bij wie. Bij
haar
ex-man hoeft ze niet aan te kloppen, met de beide opa's en oma's heeft
ze geen contact en verdere familie of goede vrienden
bezit ze niet. Zo zit ze een hele tijd na te denken. Tot ze ineens op
de klok ziet dat het half elf is en maar snel naar bed gaat.
Het slapen lukt echter niet erg vannacht. Ze ligt constant te denken
aan die zeventig euro en de blije gezichten van haar kinderen. Dat ze
de jongens mee naar Duitsland laat gaan is zeker voor haar, maar het
geld bij elkaar krijgen lijkt haar steeds moeilijker te worden.
De eerste dagen kan ze aan niets anders denken, maar na een week zakt
het allemaal wat af. Het duurt ook nog bijna zes maanden voor het mei
is. Dus heeft ze nog wel even de tijd.
Verder prent ze zich in, dat ze zich ook weer niet te veel zorgen moet
maken. Door rustig na te blijven denken, zal er
immers best een oplossing komen.
Zo kabbelt de tijd verder. Af en toe denkt Irma nog wel eens aan
Duitsland, maar vakkundig duwt ze alles
steeds voor zich uit. Dat gaat zo door tot half april. Dan komen de
jongens namelijk thuis met een brief, dat er binnen veertien dagen in
ieder geval vijfendertig euro moet worden betaald. Aan het dromen wat
Irma de laatste maanden heeft gedaan, is ineens een einde gekomen. Ze
kan, zeker nu op het laatste moment, haar kinderen niet meer verbieden
om mee te gaan. Er moet dus snel geld komen.
Na een paar dagen nadenken, krijgt ze ineens een idee. Waarom vraagt ze
haar baas niet om wat voorschot op haar vakantiegeld.
Dat krijgt ze normaal immers in juni, dus dat moet geen probleem zijn
en het zou haar van een heel groot probleem verlossen. Ze is zo zeker
van haar zaak, dat ze voor het eerst deze week weer eens
heerlijk slaapt. Ze droomt van haar zonen die beide in een Duits shirt
aan het voetballen zijn en
scoren dat het een lust is. Nog helemaal vol hiervan, wordt ze met een
erg blij gevoel wakker.
Ze kan haar jongens immers een paar fijne dagen bezorgen en alleen van
de gedachte al schiet ze bijna vol
van blijdschap.
Zonder een greintje spanning, loopt ze een paar uur later dan ook het
kantoor van haar baas binnen.
Ze begint meteen enthousiast over de voetbaltrip naar Duitsland te
praten en is zoals altijd weer heel open over haar financiële positie.
Haar baas weet dat trouwens ook wel.
Als ze tot slot van haar verhaal vraagt of ze een voorschotje op haar
vakantiegeld kan krijgen, verwacht
ze dan ook geen enkel probleem. Helaas voor haar loopt dit echter
anders.
"Irma, ik zou je graag willen helpen. Een voorschot op je vakantiegeld
zit er echter niet in.
De boekhouding is daar op tegen en dat ben ik met ze eens. Het levert
namelijk achteraf altijd gezeur op."
Het lijkt of Irma een emmer koud water over zich heen krijgt. Wat een
tegenvaller. Kunnen haar jongens dan toch niet mee naar Duitsland? Ze
is totaal van de kaart en ondanks dat haar baas nog aan het
praten is, loopt ze zonder iets te zeggen de deur uit. Eerst wil ze
gelijk naar huis gaan en nooit meer terugkomen. Ze bedenkt zich echter
en gaat naar de snackbar waar ze iedere woensdag schoonmaakt. Door alle
commotie is ze echter niet in staat om normaal te werken. Tegen elf uur
besluit ze daarom om zich maar ziek te melden.
Als ze door het keukentje heen naar buiten wil lopen, ziet ze dat de
zaak leeg is en de eigenaresse buiten
staat te praten. In een flits ziet ze ook de kassa openstaan en zonder
na te denken heeft ze een moment later twee briefjes van vijftig in
haar zak. Nog steeds in een soort trance loopt ze naar haar fiets.
Onderweg naar huis, bekruipt haar echter steeds meer het gevoel dat ze
fout is geweest.
Ze duwt deze gedachten echter met kracht naar de achtergrond. Had ze
immers een andere keus?
Nee toch?
Ze kan zichzelf echter niet echt overtuigen en daarom is ze blij dat
het avond is en ze naar de
vereniging kan om de zeventig euro te betalen. Het is een hele
opluchting als ze alles heeft afgerekend. Haar kinderen kunnen nu mee
naar Duitsland en misschien missen ze bij de snackbar die honderd euro
niet eens.
Er is trouwens geen enkel bewijs dat zij het heeft gedaan. Morgen gaat
ze weer aan het werk of er niets is gebeurd. De eerste paar dagen zal
ze er dan nog wel eens aan denken, maar daarna vergeet ze het wel.
Zo stelt ze zich gerust en bijna blij fietst ze weer de straat in.
Opeens voelt ze zich echter verstenen, want voor haar huis ziet ze de
politieauto al staan.
|
|