Eenling?
'Goedenavond, dames en heren. Welkom op deze
vergadering. Laten we meteen maar beginnen. Als eerste punt zien jullie
staan, dat er door het selecteren bij de pupillen een aantal kinderen
hebben bedankt als lid. Wat moeten we hier als bestuur aan doen?
Degene die weg willen maar laten gaan of zullen we nog een keer met ze
gaan praten? Bijvoorbeeld om te kijken of er niet een
oplossing te vinden is. Wie van jullie mag ik het woord geven?'
Voorzitter Joop kijkt zijn bestuursleden één voor één aan, maar hoeft
niet lang op antwoord te wachten. Theo, die belast is met de functie
technische zaken, heeft zijn woordje namelijk al klaar.
'Wat mij betreft is het simpel. Om de E en F als voorbeeld te nemen. De
kinderen die het beste kunnen voetballen horen in de E1 en F1, die wat
minder zijn in de E2 en F2 en de allerminste spelers moeten in de E4 en
F4 komen. Als we dat niet zo doen, lopen er nog veel meer kinderen weg.
En
wat dachten jullie van de leiders en trainers? Verreweg de meesten
willen best wat doen, maar eisen wel een normaal
team. Bij de lagere teams mag je blij zijn als er ouders zijn die
willen helpen, want vanuit de club vind je daar echt niemand voor.'
De andere bestuursleden knikken instemmend met Theo mee. Als de
voorzitter dit ziet, meent hij het onderwerp meteen af te kunnen ronden.
'Ik zie iedereen knikken, dus neem aan dat jullie het met Theo eens
zijn.
Kunnen we afspreken, dat we iedereen die weg wil maar laten gaan.'
Karel, een al wat oudere man, blijkt echter toch een andere mening te
hebben.
'Ik ben het ermee eens dat we bij de pupillen selecteren. De sterkste
spelers horen in
de E1 en F1 en de kinderen die dit net niet redden moeten in de E2 en
F2.
Deze teams moeten we veel aandacht geven, want dit is onze toekomstige
D1.
Daarmee wil ik trouwens niet zeggen, dat we de rest maar moeten laten
aanmodderen.
We moeten de F3 en 4 en de E3 en 4 wel een beetje meer van gelijke
sterkte proberen te
maken. Nu zijn de F4 en E4 heel erg zwak en hebben tot op heden alleen
nog maar
verloren. Veel verbetering zit hier ook niet in.
De kans is groot dat een
aantal van deze kinderen hierdoor stopt met voetballen en dat is zonde.
We zijn qua leden net wat gegroeid, maar dat is op deze manier maar
tijdelijk. Als de klad er namelijk in komt, ben je zo weer een aantal
spelers kwijt.
We zijn trouwens met het selecteren bij de pupillen ineens wel heel
prestatiegericht
bezig. Veel meer dan normaal gesproken binnen onze club gebruikelijk
is.'
De andere bestuursleden kijken Karel wat verbaasd aan. Theo, die zich
aangevallen voelt op zijn beleid, reageert meteen een beetje
geïrriteerd.
'Die laatste opmerking van je begrijp ik niet. Voor mijn gevoel zijn we
juist heel erg bezig met presteren. Moet je eens kijken hoeveel teams
er afgelopen seizoen kampioen zijn geworden.'
'Van die kampioenen is waar, maar wat schieten we daar mee op? Onze
teams spelen allemaal erg laag en dat komt omdat we ze als zwak
opgeven.
De spelers worden echt niet beter van al die overwinningen. Verder zit
er geen enkele lijn in de trainingen. Iedere trainer doet absoluut zijn
best, maar structuur zit er niet in. Men doet maar wat.
Plus dat we veel te weinig oog hebben voor onze talentvolle spelers. In
de E1 lopen er bijvoorbeeld een paar die veel te goed zijn en volgens
mij zo snel mogelijk naar de D moeten.'
'Misschien wel, maar als ik dat doe stoppen zowel de leiders als de
trainers ermee.'
'Maar wie bepaalt dan het beleid? De trainers en de leiders of wij?'
'Wij, maar ik moet toch rekening met ze houden. Zonder begeleiders
kunnen we immers niet voetballen. Dat weet jij ook.'
'Precies. Hiermee zeg je dus, dat je wel rekening houdt met
vrijwilligers die dreigen te stoppen en niet met de kinderen.
Die spelertjes uit de E en F wil je namelijk zomaar weg laten lopen.'
De voorzitter voelt dat de twee partijen het niet samen eens worden en
probeert ze daarom bij elkaar te brengen.
'Ik vind eigenlijk dat jullie alle twee gelijk hebben. Zullen we anders
alle kinderen die bedankt hebben, samen met hun ouders uitnodigen voor
een gesprek?
We kunnen dan in ieder geval ons beleid uitleggen. Misschien dat er
daardoor nog wat van mening veranderen en alsnog blijven en wellicht
dat we voor een enkeling een uitzondering kunnen maken.'
De lijmpoging heeft echter weinig succes, want nu wordt de man door
zowel Theo als Karel aangevallen.
'Ik ga die kinderen niet allemaal achter hun kont aanlopen. Zij willen
zo nodig bedanken, dus dat moeten ze dan maar doen.'
'Voorzitter, Theo en ik hebben een nogal tegenstrijdige mening, dus hoe
je kunt vinden dat we allebei gelijk hebben begrijp ik niet. Het is wel
typerend voor het beleid van de club.
We willen, op de kinderen na, iedereen te vriend houden en dat werkt
niet.'
Het is de voorzitter duidelijk, dat de discussie op deze manier niet
tot een einde komt. Daarom probeert hij nu ook de andere bestuursleden
erbij te betrekken.
'Piet en Arie, wat vinden jullie ervan?'
'Ik ben het met Theo eens. Wij zijn het bestuur en wij bepalen wat er
hier gebeurt. Wie het daar niet mee eens is, moet maar vertrekken.'
'Dat vind ik ook.'
De voorzitter is blij dat hij de discussie nu kan sluiten.
'Karel, je merkt dat je in de minderheid bent. We ondernemen dus niets
en iedereen die dat wil, laten we vertrekken.'
'Ik zal me erbij neer moeten leggen, maar ik blijf het ermee oneens
zijn. Wel wil ik nog iets zeggen. Ik heb van jou als voorzitter
namelijk geen mening gehoord.
Je zei straks dat je het met ons
allebei eens was, maar dat is onzin.'
De voorzitter heeft geen zin om op de opmerking van Karel in te gaan en
wil ook liever geen nieuwe discussie met de andere bestuursleden
uitlokken.
Daarom gaat
hij snel verder.
'Ik denk dat we hiermee deze discussie kunnen afsluiten. Als tweede
punt zien jullie de vergoedingen voor de trainers staan. Ze hebben
destijds allemaal
op kosten van de club hun cursus gedaan. Dat is inmiddels drie jaar
geleden en daarom zijn ze nu met de vraag gekomen of er niet een
vergoeding voor ze inzit. Theo, jij doet technische zaken.
Wat vind je ervan?'
'Dit is volslagen onzin. Er zijn twee
vrijwilligersavonden per seizoen waar ze voor uitgenodigd worden en dat
vind ik meer dan genoeg. Wij doen eveneens veel voor de club, maar
krijgen ook niets.'
Piet en Arie zijn het gelijk weer met Theo eens, maar Karel heeft ook
dit keer een andere mening.
'Heren vergis jullie niet in de uren die de trainers erin steken. Ze
trainen twee keer per week één tot anderhalf uur en iedere zaterdag
kost ze het minimaal een halve dag.
Plus dat ze thuis nog de nodige tijd kwijt zijn met het voorbereiden
van de trainingen. Ik vind dus, dat ze in ieder geval een
onkostenvergoeding moeten krijgen en de trainer van de A1
heeft recht op een normaal salaris. Als we een trainer van buiten de
club
nemen, kost het ook geld.
Het grote voordeel van betalen is trouwens, dat je mensen op hun
functioneren
kunt aanspreken.
Ze doen het immers niet meer vrijwillig, maar zijn eigenlijk in dienst.
Ook nu krijgt Karel het weer moeilijk. Theo vliegt namelijk meteen op.
'Ik blijf tegen betalen. We zijn allemaal clubmensen en moeten dus niet
over geld zeuren.
Als ze wat willen verdienen, moeten ze naar een
andere club gaan. Verder vind ik, dat je het niet kunt maken om een
paar trainers te betalen en de rest niet. Het is of allemaal of
niemand. Ieder team is in mijn ogen even belangrijk.'
Zoals de hele avond al, zitten Piet en Arie weer om het hardst mee te
knikken. Karel ziet dit natuurlijk ook en heeft even het idee om maar
te zwijgen.
Men wil hem toch niet begrijpen en hij heeft geen zin in nog een
zinloze discussie. Omdat hij het echter laf vindt om zomaar toe te
geven, neemt hij toch weer het woord.
'Theo, ik weet zeker dat die trainers clubmensen zijn. Je kunt ze het
in mijn ogen ook niet kwalijk nemen, dat ze geld voor hun werk willen
hebben. Vooral omdat ze dat bij een andere club wel
kunnen krijgen. Zeker als ze A of B junioren gaan trainen. Als ze
weglopen,
zijn we een aantal goede mensen kwijt. Vooral John en Erik bij de A1 en
de B1 vind ik het namelijk heel goed doen.
Volgens mij moet je trouwens
alleen maar mensen met een diploma betalen. Dat hoeven geen
wereldbedragen te zijn, maar zij maken door hun opleiding de club beter
en daar mag best iets tegenover staan.
Ik ben het trouwens ook niet met je eens, dat alle teams even
belangrijk zijn. Ieder lid heeft dezelfde rechten
en plichten ongeacht zijn of haar voetbalkwaliteiten. Als je echter
prestatiegericht bezig wil zijn, moet je wel
onderscheid maken tussen de selectieteams en de rest
van de club. Uit die hogere teams komen straks namelijk wel de spelers
voor ons eerste team. Het is dus goed om daar in te investeren. Ik
besef echter, dat ik ook nu het onderspit moet delven.
Doe dus gerust wat jullie denken dat goed is.'
Met deze laatste opmerking is de discussie gesloten en gaat de
vergadering verder.
Karel kan zich echter niet meer concentreren op wat er gezegd wordt.
Hij voelt zich een eenling en vraagt
zich af of het nog wel zinvol is om in het bestuur te blijven. Zijn
stem wordt immers toch niet gehoord. Omdat hij geen wegloper is, krijgt
hij echter al snel het plan om niet op te geven.
Hij besluit om op zoek te gaan naar nieuwe kandidaten voor het bestuur.
Er moeten zeker mensen te vinden zijn die wel prestatiegericht denken
en ook het lef hebben om echt beleid te maken. Een nieuw en beter
bestuur zal zorgen voor een beleid dat gericht is op voetbal en dat is
immers goed voor iedereen.
Karel zet door en spreekt heel veel mensen binnen de vereniging aan. Na
een tijdje komt hij echter tot de conclusie, dat de leden het eigenlijk
allemaal zo wel goed vinden. Ze komen vooral voor
de gezelligheid en zeker niet alleen voor het voetbal. Bijna iedereen
is daarom erg blij met het bestuur dat zoveel dingen
voor hen regelt.
Karel voelt zich hierdoor nog veel meer een eenling. Hij is echter nog
steeds zo gek op zijn club, dat hij er niet over denkt om te stoppen
met zijn vrijwilligerswerk.
Terug
|
|