getrouwd met voetbal
Volg de voetbalromans van Henk Doppenberg op facebook   Home    Getrouwd met voetbal   In de Wissel    Volg Henk Doppenberg op Linkedin

Afgelast.

"Opschieten Jeffrey, we moeten zo gaan."
"Nu al? Ik hoef pas om half tien bij KVVH te zijn."
"Dat weet ik, maar papa en ik moeten weg. Daarom brengen we je wat eerder. We komen je vanmiddag wel weer ophalen. Om kwart over vier is het voetballen afgelopen en dan staan we op de parkeerplaats. Hier heb je twintig euro, dan kun je in ieder geval kopen wat je wilt."
Jeffrey zegt niets en zucht maar een keer. Hij had stiekem gehoopt dat zijn ouders weer een keertje zouden komen kijken, maar helaas zit dat er dus ook vandaag niet in. De eerste paar wedstrijden zijn ze wel geweest, maar daarna nooit meer. Ze geven hem geld in overvloed mee zodat hij geen honger of dorst hoeft te lijden, maar dit vergoedt het gemis echter niet.

Hij is namelijk de enige speler van de F3 die altijd alleen is. Hij heeft al wel een paar keer aan zijn ouders gevraagd waarom ze nooit komen kijken, maar daar is hij mee gestopt.
De laatste keer is zijn moeder namelijk vreselijk kwaad geworden. Ze heeft toen zelfs gedreigd om hem van de voetbalclub te halen. Daarom durft hij er niet meer over te beginnen, want het voetballen vindt hij heel erg leuk.
Hij gaat maar snel zijn trainingspak aantrekken en zijn tas pakken, zodat ze kunnen gaan. Omdat het volgens zijn vader vannacht gevroren heeft, doet hij zijn dikke jas aan. Het zal namelijk nog wel koud zijn.

Als hij met zijn ouders naar de auto loopt, blijkt het nog kouder te zijn dan hij verwachtte.
"Nou, het is best koud. Ik hoop maar dat we straks onze trainingsbroek aan mogen houden. Misschien had ik wel een extra T-shirt mee moeten nemen om onder mijn voetbalshirt te doen."
"Dat kan nu niet meer hoor. We moeten om tien uur in Zwolle zijn."
"Zwolle? Wat moeten jullie daar doen?"
"Papa wil een nieuwe laptop kopen en ik misschien ook."
"Krijg ik dan die van jou pap?"
"Best, maar dan wil ik het hele weekend geen last meer van je hebben."
"Dat is goed."

Jeffrey zegt niets meer en springt snel in de auto. Met voldoende geld op zak komt hij de dag wel door en vanavond en morgen kan hij dan lekker spelletjes spelen op zijn laptop. Zijn ouders zullen immers wel weer visite krijgen en dan sturen ze hem toch meestal vroeg naar zijn kamer.
Normaal gaat hij dan altijd lezen, maar op de computer vindt hij veel leuker.

Het voetbalveld is niet ver weg en al snel zien ze in de verte de lichtmasten staan. Als ze dichterbij komen, valt het ze meteen op dat het er nog heel stil is. Ze denken echter alledrie, dat dit komt omdat ze zo vroeg zijn. Als ze op de parkeerplaats komen en maar twee auto's zien staan, gaat ze ook nog geen lichtje branden.
"Ga maar snel naar de kantine Jeffrey. De rest van je team zal zo wel komen."

De jongen denkt na over zijn beloofde laptop en doet snel wat zijn vader zegt. Zoenen doet hij ze niet. Wel zwaaien, maar dat heeft niet veel zin. Zijn vader rijdt namelijk met een sneltreinvaart weg. Hij toetert zelfs niet eens.
Dit soort zaken zijn echter al zo gewoon voor Jeffrey, dat hij er geen moment over nadenkt en op een drafje naar de kantine gaat. Als hij bij de deur komt, slaat de schrik hem echter om het hart.

Er hangt namelijk een groot papier met daarop de tekst: "Vanwege de vorst zijn de velden onbespeelbaar. Hierdoor zijn zowel alle thuis- als uitwedstrijden afgelast."
Er is dus helemaal geen voetballen en de eerste uren zullen er ook wel geen mensen komen.
De tranen springen het kleine mannetje in zijn ogen. Wat moet hij nu? Naar huis kan hij niet, want hij heeft geen sleutel. Zijn ouders bellen kan ook niet, want hij weet hun mobiele nummers niet. Zijn opa's en oma's wonen allemaal ver weg, dus kan hij alleen maar naar een vriendje gaan. Alleen zou hij niet weten naar wie. De jongens zitten namelijk allemaal op korfbal. Dat is 's winters binnen en gaat dus zeker wel door. Als hij eraan denkt dat hij de hele dag alleen door het dorp moet zwerven, wordt het hem te veel. Hij barst in snikken uit en rent weg.

Dat er vanuit de kantine nog iemand naar hem schreeuwt, hoort hij niet meer.
Totaal ontredderd rent hij de parkeerplaats over. Zonder na te denken gaat hij richting het dorp. Het leven lijkt opeens één grote doffe ellende. Hij is voor zijn gevoel alleen op de wereld en dat maakt hem bijna panisch van angst en verdriet. Hierdoor begint hij steeds harder te rennen en let hij nergens meer op.
Als hij een drukke weg wil oversteken, wordt hem dit fataal. Hij ziet die grote zwarte Mercedes totaal niet en belandt met een enorme klap via de motorkap in de berm langs de weg.

Gelijk komt er van alle kanten hulp. De politie en de ambulance worden gebeld en een bekende van de voetbalclub gaat snel naar Jeffrey's huis om zijn ouders in te lichten. Hier komt hij echter voor een dichte deur. De kleine jongen die zeer zwaar gewond is, moet zonder de steun van zijn ouders vechten voor zijn leven.

Wanneer de ambulance met hoge snelheid en loeiende sirenes bij het ziekenhuis arriveert, is er gelijk volop actie. Er is al het nodige personeel gealarmeerd, dat samen probeert om de verwondingen van Jeffrey in beeld te krijgen.
Men is er bijna gelijk van overtuigd, dat de vooruitzichten voor de jongen zeer somber zijn.
Door het ongeluk zal hij in ieder geval nooit meer kunnen lopen, maar erger nog is dat zijn levensgevaar maar niet wil wijken. Pas na een ruime week is zijn toestand zo verbeterd, dat de artsen durven te minderen met medicijnen. Voor het eerst na het ongeluk wordt hij nu ook weer wakker.

Als hij zijn ogen opent, ziet hij als eerste zijn vader. "Pap, ik heb niet gezeurd hoor. Krijg ik nu je oude laptop?"
Zijn vader drukt zijn zoontje stevig tegen zich aan en na een hele tijd zo te hebben gezeten, begint de man te praten. Hij vertelt Jeffrey eerst wat er is gebeurd en ook van de gevolgen van het ongeluk. Daarna biedt hij de jongen zijn excuses aan, voor al die keren dat hij zichzelf belangrijker vond dan zijn zoon.
Jeffrey is echter totaal in de war. Hij zal nooit meer kunnen lopen en daarmee stopt op dit moment voor hem zijn leven. Wat kan hij nu nog? Helemaal niets meer toch? Hij begint te huilen en lijkt niet meer te kunnen stoppen. Zijn vader en inmiddels ook gearriveerde moeder zijn ten einde raad. Zij worden verscheurd door schuldgevoelens, maar kunnen niets doen.

Een opgeroepen psycholoog zorgt bij alledrie voor wat verlichting, maar ook hij kan de ellende niet echt wegnemen. De beide ouders blijven zich schuldig voelen over het verwoesten van Jeffrey's leven en de jongen blijft ontzettend depressief omdat hij niet meer kan lopen. Door intensieve zorg worden zijn problemen met de jaren steeds minder. Bij het ouder worden, gaat hij zijn ouders echter steeds meer verwijten dat ze hem destijds aan zijn lot over hebben gelaten. Natuurlijk is hij zelf voor die auto gerend, maar als zij niet zo nodig hadden moeten winkelen was dit nooit gebeurd.

Terug